Wat hoort er in een stoelverhuur-contract?
Gepubliceerd 27 augustus 2026
Een goed stoelverhuur-contract regelt twee dingen tegelijk: de huur van de werkplek en de samenwerking in de salon. Het beschermt de saloneigenaar tegen een huurder die niet betaalt of vertrekt met de klanten, en de zelfstandige tegen een verhuurder die zich als baas gaat gedragen. Hieronder wat erin hoort, welke afspraken je beter niet maakt, en waar je een model vindt.
Twee overeenkomsten, één pakket
Het Ondernemersplein en de KvK adviseren om stoelverhuur in twee documenten vast te leggen die naar elkaar verwijzen. De huurovereenkomst gaat over de werkplek: wat je huurt, wanneer, voor hoeveel. De samenwerkingsovereenkomst gaat over hoe je samen in één salon werkt: toegang, producten, schoonmaak, verzekering, en vooral de afspraak dat de huurder zelfstandig werkt. Een korte koppelingsbepaling zorgt dat de één eindigt als de ander eindigt, met de huurovereenkomst als leidend document. Je kunt beide ook in één contract met twee hoofdstukken zetten; het gaat erom dat alle onderwerpen hieronder een plek hebben.
Wat staat er in de huurovereenkomst?
- De partijen, allebei met KvK-nummer. Een huurder zonder eigen inschrijving is geen huurder maar een werknemer.
- Het gehuurde: welke stoel, tafel of kamer, en welke ruimtes je deelt (wasbak, wachtruimte, keuken, toilet, opslag).
- Dagen en tijden waarop de huurder toegang heeft, en of hij een eigen sleutel krijgt.
- De huurprijs, per dag, week of maand, of als percentage van de omzet. Vermeld of het bedrag inclusief of exclusief btw is en welk btw-regime je toepast; zie stoelverhuur en btw.
- Betaaltermijn en betaalwijze, en of je een borg vraagt. Een maand huur als borg is gebruikelijk.
- Wat inbegrepen is: energie, water, wifi, handdoeken, koffie en thee, producten, schoonmaak, receptie.
- Jaarlijkse herziening of indexering van de huurprijs.
- Looptijd en opzegtermijn; zie hieronder.
- Onderhoud, schade aan de inrichting, en wie wat verzekert.
Wat staat er in de samenwerkingsovereenkomst?
- De zelfstandigheid van de huurder: eigen klanten, eigen prijzen, eigen agenda, eigen kassa of pinapparaat, eigen facturen. Dit is de kern van het contract en het bewijs richting de Belastingdienst; zie stoelverhuur en schijnzelfstandigheid.
- Huisregels van de salon: openingstijden van het pand, hygiëne, muziek, roken, gebruik van apparatuur. Afspraken over de uitstraling van de salon zijn normaal; een verplicht uniform of een verplichte huisstijl is een signaal van gezag en hoort er niet in.
- Producten: koopt de huurder zelf in, gebruikt hij producten van de salon tegen vergoeding, of zitten ze in de huur? Mag hij eigen producten aan klanten verkopen?
- Receptie en telefoon: wie neemt op, en hoe komen afspraken voor de huurder in zijn eigen agenda terecht.
- Naamsvermelding: mag de huurder zijn eigen naam en logo laten zien, in de salon en online.
- Verzekering en aansprakelijkheid: de huurder heeft een eigen bedrijfsaansprakelijkheidsverzekering; de salon verzekert pand en inventaris. Leg vast wie opdraait voor schade aan een klant, aan de inrichting en aan spullen van de huurder.
- Afwezigheid: bij vakantie of ziekte van de huurder loopt de huur wel of niet door. De huurder is niet verplicht om te werken; dat onderscheidt hem van een werknemer.
- Geschillen: eerst overleg, daarna mediation of de rechter. Ondernemers in de kappersbranche kunnen zich aansluiten bij De Geschillencommissie.
Looptijd, opzegging en huurbescherming
Volgens het Ondernemersplein valt de huur van een werkplek in een salon onder het huurrecht voor bedrijfsruimte. Dat heeft een gevolg dat veel saloneigenaren niet kennen: een huurovereenkomst van twee jaar of korter eindigt vanzelf op de einddatum, maar bij een langere looptijd, of als de huurder na twee jaar blijft zitten, krijgt de huurder huurbescherming. De verhuurder kan dan pas na vijf of tien jaar opzeggen, of alleen op een beperkt aantal gronden.
In de praktijk werken de meeste salons met een overeenkomst voor onbepaalde tijd en een opzegtermijn van een maand voor beide partijen, of met een vaste periode van hooguit een jaar die je bewust verlengt. Wil je zekerheid over wat er na twee jaar gebeurt, laat de looptijdbepaling dan door een jurist bekijken. Huur je zelf je pand, controleer dan ook je eigen huurcontract: onderverhuur is vaak alleen toegestaan met schriftelijke toestemming van de pandeigenaar, en een onderhuurder krijgt na twee jaar dezelfde bescherming.
Vijf afspraken die je beter niet maakt
- Een concurrentie- of klantbeding. Het beperkt de huurder in zijn ondernemerschap en is voor de Belastingdienst een teken dat de salon de baas is. Wil je voorkomen dat een huurder met jouw vaste klanten vertrekt, houd de klantenbestanden dan gescheiden; dat werkt beter dan een verbod.
- Een verplichte agenda of kassa van de salon. Boekt de huurder in het systeem van de salon en rekent hij af via de kassa van de salon, dan lijkt het op loondienst. Eigen agenda, eigen pin.
- Een omzetpercentage zonder eigen kassa. Als de salon de omzet int en een deel doorbetaalt, ontvangt de huurder feitelijk loon. Draai het om: de huurder int zelf en betaalt huur op factuur.
- Onderverhuur zonder toestemming van je eigen verhuurder. Vraag het schriftelijk voordat je adverteert.
- Mondelinge afspraken. Bij een conflict over borg, schade of opzegging telt alleen wat op papier staat.
Waar vind je een model?
ANKO stelt modelovereenkomsten voor stoelverhuur beschikbaar aan leden, en het stappenplan van het Ondernemersplein beschrijft wat er in de huur- en samenwerkingsovereenkomst hoort. Gespecialiseerde adviseurs in de kappersbranche leveren contracten op maat en begeleiden het gesprek tussen salon en huurder. Een model is een startpunt: pas het aan op je eigen situatie en laat het nakijken als er veel geld of een lange looptijd mee gemoeid is.
Veelgestelde vragen
Heb ik een contract nodig voor stoelverhuur?
Wettelijk niet, praktisch wel. Zonder contract heb je bij een conflict niets in handen, en bij een controle kun je niet laten zien dat de huurder zelfstandig werkt.
Kan ik een stoelverhuur-contract opzeggen?
Ja, met de opzegtermijn die erin staat. Bij een contract voor bepaalde tijd van twee jaar of korter eindigt het vanzelf op de einddatum. Blijft de huurder langer dan twee jaar, dan geldt huurbescherming en kun je als verhuurder niet zomaar opzeggen.
Mag ik een concurrentiebeding opnemen?
Het mag, maar het is onverstandig: het beperkt de zelfstandigheid van de huurder en telt mee als signaal van schijnzelfstandigheid. Gescheiden klantenbestanden en een goede relatie werken beter.
Wie is aansprakelijk als een klant schade lijdt?
De zelfstandige die de behandeling deed, via zijn eigen bedrijfsaansprakelijkheidsverzekering. Leg dat vast in de samenwerkingsovereenkomst en vraag een kopie van de polis.
Bronnen
- Ondernemersplein, Stappenplan starten met stoelverhuur
- KvK, Wat is stoelverhuur?